De VO₂max-gids is erThe VO₂max Guide is here
Er is een nieuwe premiumgids: 235 pagina’s over VO₂max, van wat het getal werkelijk meet tot wat je ermee doet op de piste. Vijftig figuren, 234 wetenschappelijke bronnen. Hieronder drie dingen eruit die de meeste lopers verrassen.There is a new premium guide: 234 pages on VO₂max, from what the number actually measures to what you do with it on the track. Fifty figures, 234 scientific sources. Here are three things from it that surprise most runners.
Dezelfde motor, een ander cijferThe same engine, a different number
Twee lopers nemen allebei 4,5 liter zuurstof per minuut op. Absoluut gelijk dus. Deel je dat door het lichaamsgewicht, dan lijkt de lichtste loper opeens de sterkere. Die deling door de kilo’s zit in elk getal dat je horloge en elke testuitslag toont, en ze doet een aanname die zelden klopt. De gids laat zien wanneer je die deling mag maken en wanneer ze je op het verkeerde been zet.Two runners both take up 4.5 litres of oxygen per minute. Equal in absolute terms. Divide that by body mass and the lighter runner suddenly looks the stronger one. That division by the kilos sits inside every number your watch and every test result shows you, and it makes an assumption that rarely holds. The guide sets out when you may make that division and when it misleads you.
Binnen een groep zegt VO₂max weinig over wie wintWithin a group, VO₂max says little about who wins
Over de volle breedte, van ongetraind tot elite, voorspelt VO₂max de prestatie prima. Maar bij twaalf hooggetrainde mannelijke lopers bleek de samenhang tussen VO₂max en de 10 km-tijd nagenoeg nul (r = −0,12; Conley & Krahenbuhl, 1980). En dat is precies de situatie waarin een coach werkt: zijn of haar atleten lijken op elkaar. Wat dan wél het verschil maakt, is waar de rest van de gids over gaat.Across the full range, from untrained to elite, VO₂max predicts performance well. But in twelve highly trained male runners the relationship between VO₂max and 10 km time was essentially nil (r = −0.12; Conley & Krahenbuhl, 1980). And that is exactly the situation a coach works in: their athletes resemble one another. What does make the difference is what the rest of the guide is about.
Vijf manieren om vVO₂max te bepalen, vijf verschillende antwoordenFive ways to determine vVO₂max, five different answers
De snelheid waarop je je VO₂max bereikt is een van de bruikbaarste getallen uit een test. Alleen: er bestaan vijf gangbare manieren om ze te berekenen, en bij dezelfde 22 atletes gaven die vijf significant verschillende uitkomsten (Hill & Rowell, 1996). Een vVO₂max is dus alleen vergelijkbaar binnen een vaste definitie en een vast protocol. Welke je kiest, en waarom, staat in de gids.The speed at which you reach your VO₂max is one of the most useful numbers a test gives you. Except that five common methods exist for calculating it, and in the same 22 athletes those five produced significantly different results (Hill & Rowell, 1996). A vVO₂max is therefore only comparable within one fixed definition and one fixed protocol. Which one to choose, and why, is in the guide.
Bekijk de VO₂max-gids op PayhipView the VO₂max Guide on Payhip →
Alles over de gidsAll about the guideAlle gidsen in de BibliotheekAll guides in the Library →